Soms vertelt een klein voorwerp een verrassend groot verhaal. De geuzenpenning is daar een prachtig voorbeeld van. Op het eerste gezicht zie je vooral een portret, een paar handen en een bedelzak. Maar achter die symbolen schuilt een moment waarop de verhoudingen in de Nederlanden begonnen te verschuiven.
Het is 5 april 1566.
In Brussel verzamelen zich ongeveer tweehonderd edelen. Ze zijn niet gekomen om een oorlog te beginnen. Ze komen met een verzoekschrift: het Smeekschrift der Edelen. Daarmee vragen ze landvoogdes Margaretha van Parma om het religieuze beleid te matigen en de vervolging van protestanten te stoppen. Ze benadrukken daarbij zelfs hun trouw aan koning Filips II.
Dat klinkt tegenwoordig bijna als een keurige afspraak bij de gemeente.
Maar in 1566 lag dat allemaal iets gevoeliger.
„Het zijn maar bedelaars”
Wanneer de grote groep edelen bij Margaretha verschijnt, zou haar raadsman Karel van Berlaymont haar hebben gerustgesteld met de woorden:
„N’ayez pas peur, Madame, ce ne sont que des gueux.”
Oftewel: „Wees niet bang, mevrouw, het zijn maar bedelaars.”
En daar begint het interessante deel.
Want de edelen hadden natuurlijk helemaal geen zin om zich als bedelaars te laten wegzetten. Ze deden iets veel slimmer: ze draaiden de belediging om en maakten er hun eigen naam van.
Gueux. Geuzen.
Een scheldwoord werd een erenaam.
Wel moet daar een kleine historische voetnoot bij. Het verhaal van de uitspraak van Berlaymont is al eeuwen bekend, maar historici hebben er vraagtekens bij gezet. Margaretha zelf noemt de oorsprong van de naam bijvoorbeeld niet in haar brieven en er is geen hard bewijs dat Berlaymont deze beroemde zin daadwerkelijk heeft uitgesproken. Het verhaal hoort echter wel bij de geschiedenis van de geuzen.
Een paar dagen later werd het allemaal een stuk minder plechtig.
Op 8 april 1566 kwamen honderden edelen bijeen voor een feestmaal in het Brusselse paleis van de graaf van Culemborg. De stemming zat er goed in en de wijn hielp daar vermoedelijk uitstekend bij.
Hendrik van Brederode vertelde het gezelschap over de weinig vleiende benaming die Berlaymont hen zou hebben gegeven. Als ze dan toch bedelaars waren, konden ze zich maar beter als bedelaars gedragen.
Er kwamen bedelzakken en bedelnappen tevoorschijn. Brederode hief een grote houten nap met wijn en bracht een toost uit op de Geuzen.
En zo werd een belediging een geuzennaam.
Het is misschien wel een van de beste voorbeelden uit de Nederlandse geschiedenis van hoe je met een beetje humor een belediging volledig van betekenis kunt laten veranderen.
Kijk nu eens naar de penning
En precies daar komt de geuzenpenning om de hoek kijken.
Op de ene zijde staat Filips II, de koning aan wie de edelen formeel trouw bleven. Op de andere zijde zien we ineengrijpende handen en een bedelzak.
De boodschap was ongeveer:
Wij blijven trouw aan de koning, en aan elkaar tot aan de bedelzak.
Het bijbehorende Franse motto wordt weergegeven als „En tout fidelles au roy” en „Jusqu'à porter la besace”: trouw aan de koning, tot het dragen van de bedelzak toe.
De bedelzak was daarmee geen teken van armoede, maar juist een politiek symbool geworden. De edelen namen het beeld van de bedelaar bewust over. Ze droegen ook bedelnapjes en andere bedelaarssymbolen.
Een behoorlijk creatieve manier om tegen je machthebbers te zeggen: jullie noemen ons bedelaars? Prima. Dan maken we er zelf wel iets van.
Een klein voorwerp met een groot verhaal
De geuzenpenning is daarom meer dan een historische penning.
Hij vertelt over religieuze spanningen, politieke macht, trouw aan de koning, verzet én de opmerkelijke kracht van symboliek.
Het Smeekschrift van 1566 wordt vaak gezien als een belangrijk moment in de aanloop naar de Nederlandse Opstand. De gebeurtenissen die daarop volgden waaronder de Beeldenstorm, de komst van Alva en uiteindelijk de langdurige oorlog maakten van de geuzennaam iets dat veel verder ging dan de oorspronkelijke groep edelen. Later werden onder meer de Watergeuzen onderdeel van het verhaal.
Bij Antiekhuys vinden we juist dat soort verhalen interessant. Voorwerpen die niet alleen mooi zijn, maar waar je even voor gaat zitten omdat je wilt weten: waar heb ik nu eigenlijk naar zitten kijken?
Deze geuzenpenning is daar een mooi voorbeeld van. Klein van formaat, maar met een geschiedenis die rechtstreeks teruggaat naar een van de spannendste momenten uit onze vaderlandse geschiedenis.
Je hoeft niet altijd geschiedenis uit een dik geschiedenisboek te halen.
Soms past ze gewoon in de palm van je hand.
