De Grote Porseleinstrijd: Is uw Imari Chinees of Japans?

De Grote Porseleinstrijd: Is uw Imari Chinees of Japans?
U kent het vast wel: u loopt over een antiekmarkt of snuffelt rond in een kringloopwinkel en plotseling staat u oog in oog met een prachtig, herkenbaar bord. Die diepblauwe banen, dat vurige ijzerrood en die weelderige gouden details… Geen twijfel mogelijk, dit is Imari-porselein! Trots rekent u uw nieuwe aanwinst af. Maar eenmaal thuis slaat de gezonde twijfel toe. Is dit nu een authentiek stuk oosters handwerk uit Japan, of kijkt u stiekem naar een slimme Chinese kopie uit de achttiende eeuw?

Welkom bij de grootste industriële spionagezaak uit de kunstgeschiedenis. In deze editie van Antiekhuys.nl kruipen we in de huid van een National Geographic-onderzoeker en ontrafelen we de 'Grote Porseleinstrijd'. Hoe werd Japan het slachtoffer van massale Chinese namaak, en nog veel belangrijker hoe ontmaskert u de verschillen op uw eigen dressoir?

De VOC en het gat in de markt
Om te begrijpen hoe deze porseleinoorlog begon, moeten we terug naar het jaar 1644. China was destijds de onbetwiste koning van het porselein. De hele Europese adel was verslaafd aan het verfijnde blauw-witte 'Kraakporselein'. Maar toen kwam de val van het legendarische Chinese Ming-dynastie halverwege de zeventiende eeuw en ontketende een bloederige burgeroorlog die de wereldwijde porseleinhandel volledig op zijn kop zette.
De absolute porseleinhoofdstad van de wereld, Jingdezhen, werd het epicentrum van de felle strijd en werd door plunderende legers nagenoeg met de grond gelijkgemaakt. Te midden van deze totale chaos werden de gigantische fabrieksovens verwoest en moesten de hoogopgeleide ambachtslieden en meesterschilders vluchten voor hun leven. Om de overgebleven Ming-rebellen economisch te breken, voerde de nieuwe Qing-keizer bovendien een strikt maritiem handelsverbod in waardoor de Chinese havens hermetisch op slot gingen. Door deze strenge blokkades en de enorme chaos op zee kregen Europese handelaren van de VOC plotseling geen enkel Chinees bord of vaasje meer het land uit. De Nederlandse VOC-handelaren zaten met de handen in het haar: hun grootste winstmaker was plotseling nergens meer te bekennen.

Slank en slim als de Nederlanders waren, voeren ze direct door naar Japan. In de bergen rond het slaperige stadje Arita bleken Japanse pottenbakkers namelijk ook fantastisch porselein te kunnen maken. De Japanners voegden bovendien iets toe waar de Europeanen direct verliefd op werden: weelderig rood en glanzend bladgoud, gebakken op een diepblauwe basis. Dit uitbundige porselein werd via de havenstad Imari naar Europa verscheept. Een legende was geboren.

China slaat terug (en kopieert erop los)
Rond 1700 was de rust in China wedergekeerd en de Chinese keizer keek met lede ogen naar de vrachtbrieven. De Japanners verdienden bakken met goud aan de Europeanen met hun 'Imari-stijl'. De Chinezen dachten: “Wat zij kunnen, kunnen wij ook maar dan sneller én goedkoper.”
In de gigantische porseleinfabrieken van Jingdezhen werd de productie direct omgegooid. De Chinezen begonnen het Japanse Imari-porselein op gigantische schaal na te maken. Dit zogenaamde Chinees Imari overspoelde de Europese markt. Het was de ultieme achttiende-eeuwse variant van een 'dupe': het leek sprekend op het origineel, maar werd voor een fractie van de prijs verkocht.

De Grote Check: Hoe herkent u het verschil?
Heeft u thuis Imari-porselein staan en wilt u weten uit welk kamp uw object komt? Pak uw vergrootglas erbij, want met deze drie simpele stappen ontmaskert u de herkomst:

1. De jacht op de 'bak-foutjes' (Kijk onderop!)
Keer uw bord of vaas om en bestudeer de onbedekte achterkant of de voetring.
  • Japans Imari: De Japanners bakten hun porselein op speciale klei-steuntjes. Hierdoor vindt u op de onderkant van Japans porselein bijna altijd drie of vier kleine, ruwe pitjes die lijken op speldenprikjes of minuscule 'foutjes'. Dit zijn de zogeheten spur marks (bakpunten).
  • Chinees Imari: De Chinese ovens waren geavanceerder. Chinese borden stonden op gladde ringen en hebben deze typische pitjes vrijwel nooit. De onderkant is vaak strakker en gladder afgewerkt.
2. De kleur van het blauw
Kijk heel goed naar de blauwe basiskleur van het decor.
  • Japans Imari: Het Japanse kobaltblauw is diep, donker en heeft vaak een lichtgrijze of zelfs wat 'mollige', inktblauwe ondertoon. Het glazuur ligt er dik en levendig op.
  • Chinees Imari: Het Chinese blauw is helderder, strakker en neigt meer naar een frisse, heldere tint hemelsblauw. De Chinezen waren meesters in perfecte, egale blauwlagen.
3. De verfijning van het schilderwerk
Bestudeer de bloemen (chrysanten) en de lijntjes van dichtbij.
  • Japans Imari: Japans design is asymmetrisch en ademt pure kunstzinnigheid. De takken groeien grillig, de bloemen hebben diepte en het goud ligt er vaak voelbaar, dikker bovenop.
  • Chinees Imari: De Chinezen werkten in een moordend tempo. Het schilderwerk op Chinees Imari is vaak symmetrischer en heel strak geordend, maar de penseelstreken zijn soms wat sneller en vlakker aangebracht om de productie vaart te geven.
Wie wint de strijd?
Is Chinees Imari minder waard omdat het 'namaak' is? Absoluut niet! Omdat het hier gaat om antiek van ruim 250 jaar oud, is Chinees Imari uit de 18e eeuw tegenwoordig eveneens een kostbaar en gezocht verzamelobject geworden. Het vertelt immers het fascinerende verhaal van de wereldwijde handelstrijd tussen de twee Aziatische grootmachten. Toch blijft het originele, handgemaakte Japanse Imari uit de Meiji- en Edo-periode de absolute favoriet voor wie houdt van pure, asymmetrische ziel en karakter in het porselein.

Bent u benieuwd of er in uw eigen interieur nog ruimte is voor een authentiek oosters pronkstuk? Of wilt u de dynamische kleuren van echt Japans vakmanschap eens van dichtbij bewonderen? Neem dan een kijkje in de met zorg geselecteerde Antiekhuys.nl collectie. Onze deuren staan altijd open voor liefhebbers van unieke verhalen!